Erg bekend is de sage
van de twee reuzen, Ellert en Brammert, die lang geleden de Drentse
heidevelden onveilig maakten. In de buurt van Schoonoord ligt het Orvelterveld, waar het
verhaal zich afspeelt.
Hieronder volgt het verhaal:
|
|
Ellert en
Brammert.
Lang geleden woonden
er twee wrede reuzen op een uitgestrekt veld bij Orvelterveen. Ellert en zijn
zoon Brammert kenden geen medelijden en beroofden en vermoordden vreemdelingen
en handelsreizigers. Zij hadden een slimme manier gevonden om te weten
wanneer er reizigers door hun woongebied trokken. Overal op de hei hadden zij
paaltjes geslagen waaraan touwtjes met klokjes hingen. Wanneer een
nietsvermoedende reiziger de touwen aanraakte, tjingelden de bellen over het
veld. De reuzen wisten van elk geluidje precies op welke locatie de klokjes
luidden en of het de wind was die over het veld raasde of een argeloze
vreemdeling die in de val liep.
De inwoners van Orvelterveen waarschuwden hun kinderen: “Kom nooit op het
veld, daar wonen twee boze reuzen!” Er woonde echter een heel nieuwsgierig
meisje in Orvelterveen dat haar moeder vroeg waarom iedereen zo bang was voor
Ellert en Brammert. Haar moeder huiverde bij deze vraag en drukte het meisje
op het hart nooit naar het veld te gaan. Maar het meisje vond het juist
spannend en ze moest onophoudelijk aan die twee raadselachtige, grote mannen
denken. Ze had medelijden met hen, ze moesten wel eenzaam zijn! Het meisje
bedacht dat wanneer iemand liefdevol voor de reuzen zou zorgen, hun goede,
zachtaardige kant tevoorschijn zou komen.
Zo gebeurde het dat het meisje steeds vaker pas ’s avonds laat terug kwam
op de boerderij bij haar ouders. Ze loog als haar moeder vroeg waar zij
geweest was. Ze durfde niet te vertellen dat ze aan de rand van het veld
gezeten had in de hoop een glimp op te vangen van Ellert en Brammert. Op een
dagje vatte het meisje al haar moed bijeen en liep voorzichtig het veld in.
Haar voet raakte een touw aan en een belletje begon te rinkelen. Hoe grappig!
Het meisje genoot als een klein kind van de muziek die ze maakte als ze zich
bewoog. De beide reuzen waren opgesprongen bij het horen van het geklingel.
Dit hadden ze nog nooit gehoord! Snel als de wind liepen zij het veld in tot
zij oog in oog stonden met het meisje. Angst sloeg om het hart van het
meisje. Hoewel ze uit had gekeken naar deze ontmoeting, wilde ze nu niets
liever dan vluchten.
De reuzen wisten hun buit naar waarde te schatten. Dit was de eerste keer dat
zij een vreemdeling niet doodden. Zij namen haar mee naar het schemerige hol
waar zij in woonden. Het meisje kreeg de opdracht het hol schoon te houden en
de maaltijden te bereiden voor de mannen. Vanaf dat moment gingen Ellert en
Brammert nooit meer samen op pad om vreemdelingen te beroven. Telkens bleef
één van hen thuis om hun grootste schat te bewaken. Het meisje voelde zich
erg ongelukkig en verlangde naar huis. Maar hoe ze ook smeekte, de reuzen
wilden haar nooit meer laten gaan. Ze verzon listen om vader en zoon jaloers
op elkaar te maken, maar ook dat bracht haar geen ontsnappingsmogelijkheden.
Er kwam geen dag of nacht dat de beide mannen tegelijk sliepen of allebei
gehoor gaven aan de belletjes in het veld.
Op een goede dag was het Ellerts beurt het meisje te bewaken. Het was een
buitengewone warme dag en hij ging voor het hol in de zon zitten. Zijn hoofd
zonk langzaam op zijn borst. Zijn mond stond open en hij snurkte zacht. Het
meisje bekeek hem en rilde. “Moet ik de rest van mijn leven slijten bij
zulke afzichtelijke, wrede wezens?” vroeg zij zichzelf af. Toen viel haar
oog op het dolkmes dat half uit zijn zak stak. Heel langzaam en voorzichtig
trok zij het mes naar zich toe. Zonder zich te bedenken sneed ze de keel van
de reus door. Even voelde ze schuld en medelijden, maar besefte toen dat daar
geen tijd voor was. Ze moest vluchten wilde ze deze net verworven vrijheid
behouden! Ze begon te rennen, maar aarzelde toen ze bij het veld kwam.
Misschien moest ze juist niet rennen voor haar leven, maar heel behoedzaam
proberen de touwen met de belletjes te ontzien? Maar de reuzen hadden zo’n
grillig web gespannen, dat dit onmogelijk was. Het meisje besloot zo snel als
ze kon naar het dorp te hollen.
Aan de andere kant van het veld luisterde Brammert verbaasd naar het getingel
van de belletjes. Zo’n geluid had hij nog nooit gehoord. Hij stapte op huis
aan waar hij zijn vader op de grond vond, badend in het bloed en zonder teken
van leven. Het drong tot hem door dat het meisje hen de baas was geweest.
“Vader” schreeuwde hij, “vader, ik zweer dat ik u wreken zal!” Hij
wist dat het meisje richting Orvelterveen gevlucht moest zijn en zette de
achtervolging in. Het meisje zag in de verte het huisje van haar ouders
liggen, maar achter haar zag ze ook Brammert steeds dichterbij komen. Ze bad
dat de deur open zou staan, dat zou haar enige redding zijn. Maar de deur was
dicht. Ze voelde de wind van zijn graaiende armen in haar nek en schreeuwde
het uit. Op dat ogenblik gebeurde er een wonder. De wind waaide en blies de
deur open! Het meisje duikelde naar binnen, gooide de deur dicht en
vergrendelde hem.
Buiten schreeuwde de reus van verdriet en woede. “Meisje uit Orvelterveen,
deze moord zal ik je betaald zetten! Je familie, je vrienden, heel
Orvelterveen zal boeten voor wat jij gedaan hebt. Ik zal zand in jullie
huizen blazen en alle kinderen die in de buurt van het veld komen doden. Ik
zal niet rusten voordat heel Orvelterveen door iedereen is verlaten en
niemand er meer durft te wonen.” In het gehele dorp waren deze
beangstigende woorden hoorbaar. Brammert liep terug naar het veld en ging
daar op zijn buik liggen. Hij haalde diep adem en begon te blazen. Al snel
was het hele dorp in stof gehuld. Het zand drong de huizen en stallen binnen
en vermengde zich met de oogst. Het was overal! Alle inwoners voelden dat het
dorp tot de ondergang veroordeeld was. Niemand durfde richting het veld te
gaan, men bouwde geen nieuwe huizen meer en steeds meer mensen verlieten de
streek. Zelfs de volhouders die probeerden weerstand te bieden werden door
Brammert weggejaagd. Iedere dag blies hij hun huizen vol zand tot ook zij
tenslotte de moed opgaven en vertrokken. “Denk aan Ellert en Brammert.”
riep de reus hen na.
En zo bleven de reuzen voortleven in de herinnering van de mensen. Het witte
veld werd vernoemd naar Ellert en een heuvel kreeg de naam van Brammert mee.
Het hol van Ellert en
Brammert is nagebouwd in het openluchtmuseum
"Ellert en Brammert"
in Schoonoord.
|